Dr. Javad Nurbakhsh, de
meester van de Ni’matullahi orde van soefi’s, is op vrijdag 10
oktober in Engeland overleden.
Nadat hij in 1979 zijn
woonplaats Teheran had verlaten en door de Verenigde Staten had gereisd, vestigde
hij zich in 1986 in Engeland en keerde daarna niet meer terug naar Iran. Toch
bleef de Ni’matullahi orde daar bloeien, ondanks de ontkenning daarvan
door overheidsbronnen.
Door zijn nederige en
liefdevolle dienstbaarheid aan de mensen was dr. Nurbakhsh de verpersoonlijking
van hoe een soefi leeft. Behalve een soefi-meester was hij ook een pionier
van moderne psychiatrische zorg in zijn geboorteland Iran.
Dr. Nurbakhsh werd geboren
op 10 december 1926 in Kerman. Hij was een nakomeling van Shaikh Kamal ud-din
Nurbakhsh, een gerespecteerde shaikh van de Nurbakhshi soefi-orde, over wiens
graf het huidige soefi-centrum in Kerman is gebouwd. Na een uitzonderlijke
jeugd begon dr. Nurbakhsh zijn professionele carrière als arts in 1952
en werd aangesteld als hoofd van het plaatselijke ziekenhuis van Bam in het
zuidoosten van Iran. Een jaar later volgde hij zijn soefi-meester Mu’nis
‘Ali Shah Dhu’r-Riyasatain op als meester van de Ni’matullahi
soefi orde, met als soefi-naam Nur ‘Ali Shah (II) Kermani. Na een periode
in Bam werd hij overgeplaatst naar Teheran, waar hij ging wonen in een klein
soefi-huis in de buurt van Shahpur-plein. Dit werd het centrum van de wederopleving
van het soefisme in Iran, en zelfs Westerse godzoekers en belangstellende
uit verschillende landen aantrok. Onvermoeibaar werkte dr. Nurbakhsh aan de
grootste renaissance van de Ni’matullahi soefi orde sinds de tijd van
Shah Ni’matullah Wali, de vijftiende eeuw. De persoonlijkheid en leer
van dr. Nurbakhsh trok een enorm aantal volgelingen van elke nationaliteit
en achtergrond aan. Hij was de inspirator van dat waar het soefisme voor staat:
leven vanuit liefde en dienstbaarheid aan de mensen.
Door zijn ruimdenkendheid
maakte dr. Nurbakhsh nooit onderscheid tussen mensen op grond van hun rang,
stand of sekse en behandelde ieder met evenveel liefde en respect. Daarom
is het niet verbazend dat hij vriendschap sloot met mensen van over de hele
wereld, waaronder bekende personen als Seyyed Hossein Nasr, Annemarie Schimmel,
Henry Corbin, Toshihiko Izutsu, William Chittick en de dichter Robert Bly.
Hij onderhield warme relaties met een aantal spirituele leiders van andere
stromingen, zoals Mme. de Salzman, destijds hoofd van de Gurdjieff beweging,
dr. Ganjavian, meester van de Zahabi soefi-orde in Iran en ook de geestelijk
leiders van de Ahl-e Haqq en Qadiri soefi-ordes in Iraans Kurdistan.
Nadat hij zijn graad als
psychiater had behaald aan de Sorbonne in Parijs, werd dr. Nurbakhsh aangesteld
als professor in de psychiatrie aan de universiteit van Teheran, een functie
die hij vervulde tot zijn pensioen. Bovendien was hij ook directeur van Iraanse
Medische Raad, president van de Iraanse Vereniging van Psychiaters en hoofd
van het Ruzbeh Psychiatrisch Ziekenhuis, dat hij grondig moderniseerde. Verder
hield hij het erelidmaatschap van American Psychiatrists’ Association.
Over psychiatrie heeft hij 37 boeken, vertalingen en wetenschappelijke bijdragen
geschreven, inclusief een instructie compendium.
Tussen 1953 en 1979 richtte
dr. Nurbakhsh zeventig soefi-huizen op in vrijwel alle grotere steden van
Iran, hoewel nu veel van die instellingen door het huidige regime in beslag
zijn genomen. Zijn taak als soefi-meester bracht hem er toe uitgebreid te
schrijven over Iraanse gnosis en de islamitische mystiek, met onderwerpen
als de principes en terminologie van het soefisme, in het bijzonder de Ni’matullahi
orde, de psychologie van het spirituele pad, levensbeschrijvingen van tal
van klassieke soefi-meesters en kritische heruitgaven van hun geschriften.
Dankzij zijn inspanningen werden de nagelaten werken van Shah Ni’matullah
en zes van zijn opvolgers verzameld en gepubliceerd. Hij was zo actief in
publiceren dat hij bij zijn vertrek uit Iran al tachtig boeken op zijn naam
had staan. Ook sponsorde hij vele internationale conferenties en seminars
over deze onderwerpen.
Toen de Ni’matullahi orde begin 1970 soefi-huizen oprichtte in het Westen,
begon de eigen uitgeverij Khaniqahi Nimatullahi Publications (KNP) Engelse
vertalingen van een groot deel van zijn boeken te publiceren, zoals Sufi Women,
Jesus in the Eyes of the Sufis, Spiritual Poverty in Sufism, The great Satan,
Eblis, The Psychology of Sufism, Traditions of the Prophet, het vijfdelige
Sufism en de zestiendelige encyclopedie Sufi Symbolism. Behalve naar het Engels,
werd zijn werk ook voor een deel vertaald naar het Frans, Duits, Spaans, Italiaans,
Russisch, Nederlands, Zweeds en Pools. In het Nederlands kwam in 2005 Het
pad van de soefi uit. Bovendien heeft hij het kwartaalblad SUFI uitgegeven
in een Perzischtalige en een Engelstalige editie, later gevolgd door Spaanse,
Franse en Russische edities.
Onder het leiderschap
van dr. Nurbakhsh heeft de orde financiële en technische ondersteuning
gegeven aan diverse humanitaire instellingen in Iran en twee weeshuizen in
Mexico. Verder zijn middels plaatselijke derwisjen ook twee klinieken opgericht
in Ivoorkust en Benin, West Afrika. De Ni’matullahi soefi-huizen in
de diverse landen weerspiegelen de ruimhartigheid en liefdevolle dienstbaarheid
van dr. Nurbakhsh. Daar worden de idealen van het soefisme geleerd en gepraktiseerd,
en bovendien wordt er de schoonheid van Perzische soefi-literatuur en muziek
beleefd.
De formidabele persoonlijkheid
van dr. Javad Nurbakhsh uitte zich in zijn diepe, directe blik en zijn ontwapenende
lach. Hij was een meester in de kunst van het converseren en het inzetten
van humor om een punt te verhelderen. Dr. Nurbakhsh was een soefi-dichter
(in het Perzisch) van formaat, die grote bekendheid geniet in Iran. Zijn verzamelde
gedichten, de Divan-e Nurbakhsh, heeft al de dertiende druk beleefd. Een van
zijn ghazals eindigt met de volgende regels: